Blog Image

Met de kinderen op de fiets naar Compostela

30 juli – aankomst Santiago de Compostela – Albergue the Last Stamp

Dagboek Posted on 08 Aug, 2014 22:13:14

We beginnen te denken aan restjes opeten dus het ontbijt is ‘pak
waar je zin in hebt’ na het openleggen op tafel van resten platgedrukt
chocoladebrood, een zak cornflakes, koekjes, een yoghurt die warm koud warm
overleefde en een tas Nescafe. Het is maar een kleine 50km tot bestemming meer,
moeten we er nu extra van genieten of doorkoersen ? Het landschap is niet het
mooiste dat we al zagen, na enkele kilometers bergop stoppen we even in Touro
voor een ochtendstempel en drankje. Een oma in Duits en Spaans door mekaar
brabbelt er op los en werkt ons wat op de zenuwen. Plots komt iemand vragen of
we willen poseren voor het gemeentehuis met onze fietsen. Blijkbaar zou de stad
Touro graag officieel erkend worden als pelgrimshalte maar enkel de fietsgidsen
van Sweerman leiden pelgrims per fiets naar deze stad. Na een fotosessie samen
met een eenzame Nederlandse fietser met dezelfde gids krijgen we alle vier een
Tshirt van de gemeente. Elias wil zijn kleedje direct aan (small was de kleinste).
De Duits Spaans ratelende oma vindt ons weer. Zucht, wegwezen. Het wordt warm
en de laatste klimmen behoorlijk lastig. De laatste picnic van de route is in
een bushok van een klein dorpje. Johan heeft het gehad met het klimmen in de warmte en mijn benen
zijn op. Mijn achterste doet zeer en knie kraakt nog een beetje. Maar schouders
en nek waren nog nooit zo ontspannen, lekker. Misschien toch de Kaap Fisterra
maar per bus doen ? We discussiëren al enkele dagen over de invulling van onze
laatste dagen tot de vlucht 5/8. Ons puik plan van een huurwagen te nemen voor
de laatste dagen werd abrupt de kop ingedrukt toen we beiden zagen dat we geen
rijbewijs bijhadden en dat het zich net in die doos bevond bij mijn broer die
zelf op vakantie was. We zien wel. Eerst de plichtnummers afwerken in Santiago
en dan beslissen. Vlak voor Santiago komen we nog twee belgen tegen per fiets
die vanuit Irun via de noordroute en doorsteek naar Santiago fietsten. Ook
lichtbepakt. De midlife koppels wiens kinderen blij zijn alleen thuis te
blijven doen dit enkel met een tas reservekleren en nemen hotels all te way.
Goed gezien maar ja wij wilden onze kinderen net meenemen ipv thuislaten…. Aan
het verkeersbord ‘Santiago’ ben ik toch wat emotioneel. We stoppen uiteraard. Het
is echt geen mooi plekje maar wel bijzonder. We hebben het gehaald, zonder
tegenspoed of ongevallen, niemand ziek, geen zonneslag, we zijn allemaal blij.
De eenzame Nederlander van in Touro haalt ons in en we maken de foto’s. Het is
nog vroeg, we nemen onze tijd om de grote stad binnen te rijden. Niet
bijzonder. Naar het oude stadsdeel is het een laatste steile klim waarbij ik
net dacht af te stappen als Adriana achter me riep ‘Komaan mama de meisjes gaan
het ook halen !’ en zo gezegd zo gedaan, we rijden de stad binnen tot aan de
kathedraal. De MTB met Decathlontent van de Fransman hangt scheef tegen een
paal met de helm eraan (en zo stond hij tot laat diezelfde avond daar, de
Fransman zelf hebben we niet meer gezien). We zien twee belgen die we onderweg
tegenkwamen en nog enkele bekende gezichten in de straten. De jonge Spanjaarden
van in de laatste herberg zwaaien ons dag, fris gewassen aan een ijsje lekkend.
Wij stinken nog behoorlijk. We komen toevallig voorbij het bureau voor
Peregrinos waar ze het stempelboekje kunnen wisselen voor een certificaat.
Alex, een Nederlandse fietser die we in Los Arcos zagen (das dus al behoorlijk
lang geleden !) vertelt ons dat de file heel kort is, we duwen de fietsen op de
binnenkoer en ik schuif aan. Johan en de kinderen nemen frisse drank uit de
automaat en we socialiseren wat met de aanschuivende pelgrims van allerlei
soort. Alex geeft ons nog een hoop advies. Er is weinig tijd voor emoties, voor
het laten bezinken van onze bijna twee maanden durende reis. Practicalia nemen
over. Ruud en Simone brengen ijswater en nodigen ons uit in de “huiskamer der
Lage Landen” in hetzelfde gebouw eerste verdiep. Alle Lage Landenaars mogen
daar even neerploffen voor een tas koffie en een koekje en hun verhaal doen. We
blijven er zo lang zitten tot de kinderen niets meer in de koekentrommel vinden
en we beseffen dat we ze van eten moeten voorzien. Op het pelgrimscertificaat
staan de kinderen bij ons, ze waren te jong voor een eigen certificaat. De
dames wisten niet wat ze met hen moesten doen, alhoewel ik Elias op de toog
geparkeerd had. Zijn blonde pagekoppeke had menigeen verteerd maar neen, na wat
overleg kregen ze geen eigen certificaat. Simone vertelde ons ook dat er in het
klooster van San Francisus elke avond een pelgrimsbijeenkomst was om 19uur,
korte dienst en dat ze ook, zoals elke honderdjarige verjaardag van hun
bestaan, nu, uitzonderlijk in 2014, ook certificaten uitreikten om 18u45. De
twee belgen die we eerder zagen lopen ook binnen in de ‘Huiskamer’. Eric en
Inge, ze hebben ook een blog. Met lome benen maar warm hart maken we ons los
van dit ontspannende Lage Landen huis en zoeken we onze herberg op. The Last
Stamp. Mooie kamer, helemaal wit, designdingen en op het hoogste verdiep, dus
een pracht van een zicht door het Velux raam. Johan koopt een propere Tshirt
voor 4 euro uit de soldenrayon en geniet ervan. We douchen ons en trekken naar het Franciscanenklooster
voor de mooie meertalige bijeenkomst voor pelgrims, in een lokaal achterin het
klooster. Muziek CD met veel natuurgeluiden, afwisselend met mooie woorden in
vele talen door een broeder in bruin gewaad die er perfect ontspannen en in
harmonie uitzag. Iedereen kreeg een steentje met een gele pijl. ‘Dit is je
leven, geef het zelf orientatie’ was de boodschap. Alle pelgrims omarmen en wensen
elkaar veel vrede. Hier kregen de kinderen ook een uniek certificaat. Daarna
zochten we iets eetbaars in een duurder restaurant. Voor emoties was nog steeds
weinig tijd, kinderen houden je namelijk bezig zolang je wakker bent. En
aangezien we al twee maand samen slapen en zo goed als samen opstaan zijn zelfs
enkele minuten voor jezelf uniek. Toch beseffen ze ook dat we toch wel een
prestatie neergezet hebben. De teller op de GPS wijst 2542km aan, met twee
fietsen, twee Weehoo I-Go aanhangfietsen, twaalf fietstassen, twee kinderen en
twee stuurtassen. We blijken zelfs vergeten een foto te nemen met onze
uitrusting voor de kathedraal. Op terugweg naar onze herberg zien we Alex op een
terras. Hij trakteert ons een drankje (‘profiteer
ervan nu je een gulle Nederlander tegenkomt’ was de boodschap ‘want zo zijn er
niet veel’). Bedankt Alex en de Nederlandse gemeenschap voor het vele advies, de
verwelkoming en het gevoel een beetje thuis te komen in Santiago. We hebben
sinds heel lang nog eens een dubbel bed in de kamer. Morgen zien we wel hoe we
rest aanpakken…..

Morgen niet fietsen. Dat is zeker…. En uitslapen !



29 juli – Arzua – Albergue da Fonte

Dagboek Posted on 08 Aug, 2014 22:00:00

We nemen dan
ook het ontbijt in hetzelfde restaurant. En dan zetten we ons aan de ellendige
klim te voet naar de hoofdweg. Eindelijk, wegwezen, het is er behoorlijk druk
met pelgrims van allerlei soort. We kopen nog wat grote chocoladebroodjes bij de bakker en gaan op weg naar Arzua.
Eerst volgen een aaneenschakeling van kleine dorpjes, we zitten weer tussen colonnes
voetgangers te slalommen, de taxis en Jacotrans busjes met de rugzakken vliegen
ons om de oren en werken ons op de zenuwen. Het lijkt weer een roetsjbaan op en
af dorp in dorp uit. Tot Brea. Daar zijn we genoodzaakt de nationale N547 te
nemen, het wandelpad is voor onze configuratie echt niet geschikt. We picniccen
op het terras van een zaak met veel vliegen voor we aan de drukke baan
beginnen. We hebben gelukkig een windje in de rug en de 18km drukke baan gaan
vlot en veilig, gezellig is het wel niet. In Melide zijn we even verdeeld, of
we volgen de route en maken een omweg via kleine wegen, of we bijten door op de
N547. Ik opteer voor het eerste en Johan volgt gelukkig mijn preek over ‘veiligheid
en kindjes’. We sakkeren wel even op het heuvelachtig landschap maar men kan
niet alles hebben. Op de kaart staan vanalle meren in de nabijheid maar we zien
er geeneen. We zien ook geen wandelaars meer die we achterlieten op een pad
naast de N547. En als er geen pelgrimsroute loopt door een dorp zijn er ook
geen voorzieningen. Het duurt tot Arzua voor we weer op de echte Camino zitten
en ons pelgrim voelen. De herberg is OK, ik breek mijn zonnebril bij het stoten
van mijn hoofd als ik de was op de schuivende draden onder de vensterbank wil
hangen. Gelukkig blijft de plastiek erin zitten en is de breuk niet in mijn
zicht. Tijd dat we Santiago halen ! We maken nog eens gebruik van de keuken
voor een biefstukje pepersaus, dat smaakt. Ik kan me niet herinneren dat we in
Spanje al een supermarkt met verse beenhouwer in zagen. De kinderen vinden een
TV met kinderfilmpjes in de hal en enkele gezelschapsspelletjes in de kast. De
twee (duidelijk kindloze) jonge MTB Spanjaarden die met ons de kamer delen zijn uiterst vriendelijk maar enorm
luidruchtig, we moeten ze even aan hun verstand brengen dat onze driejarige
niet zal slapen zolang de neonlamp aanblijft en dat telefoneren in de kamer
daar ook niet toe bijdraagt. Om 22uur duikt een andere groep Spaans geweld dan
in de keuken net onder ons, we zijn blij als dat alles weg is als wij ’s morgens uit ons bed kruipen
voor de laatste rit….



28 juli – Portomarin – Camping Albergue bij het meer

Dagboek Posted on 08 Aug, 2014 21:53:13

Als we ‘s
morgens opstaan en door het raam kijken zien we alleen grijze mist. Door het
kipraam voelen we dat het ook ijskoud is (we zijn dat inmiddels niet meer
gewend). Dat is eens iets anders. We pakken in en nemen een ontbijt in de gezellige
bar van de albergue. Sommigen zijn al weg, andere wandelaars nemen ook hun
tijd. Onze fietsen sliepen in de stal bij het stro. Johan gaat ze halen. Het is
gezellig vertoeven en naar buiten kijken, soms zien we een stukje berg soms
niet. De wolken spelen en draaien rond. We trekken alles aan wat we bijhebben,
onze trui met lange mouwen en windstop
bodywarmer en ook onze fluovestjes, de kinderen krijgen hun regenjasjes
over hun truien en ook fluovest. De lichten van de fietsen gaan aan en we
beginnen aan 14km afdaling. We rijden rustig en proberen aankomende auto’s op het
gehoor te detecteren met wisselend succes. Het is barkoud, onze handen zijn
verkleumd, de kinderen mopperen niet maar zijn stil. We horen alleen onze
banden. Zo gaat het een behoorlijk aantal km bergaf en dan zijn we plots de
wolken uit en zien we het berglandschap met haarspeldbochten onder ons liggen,
bezaaid met zonnige vlekken. Waw, we staan direct stil om even te genieten en
een foto te nemen. Tot Triacastela daalt het en dan bergop. Met ijskoude benen,
nog geen meter getrapt en met twee dagen cols in de knieen, geen wonder dat
mijn linker knieschijf wat kraakt in de bergop. Welkom Galicië; mooie taal, ook
in enkele van de liederen gisteren. Onze ochtendstempel halen we in het
Klooster van Samos, erg mooi, met winkel en geleide bezoeken waarvoor we
passen. De kinderen draven de trappen op en af aan de majestueuze ingang. Het
was nog eens een echt paterke en de kinderen mochten de stempels zetten tot
groot jolijt. De grotere stad Sarria is niet bijzonder, we kopen eens churros
bij de bakker, een pizzabaguette met tonijn voor de papa. Net voor we de stad
buitenrijden zien we enkele vervallen bankjes op een vuil weggetje. Net goed
genoeg voor picnic. Het is uitkijken voor hondedrollen als we het picnicdeken
opengooien. We zijn er snel weer weg. Het gaat weer op en af tot Portomarin,
een stad aan een prachtig stuwmeer. We genieten van het zicht als we de lange
bruggen overrijden. De stad ligt in de hoogte, in het klimmen zien we een
publiek openluchtzwembad maar eerst slaapplaats zoeken. De eerste Albergue is
volzet, ze bellen naar een andere, negatief en op mijn vraag bellen ze ook naar
de camping, daar is nog plaats. De camping ligt echter nog twee kilometer van
de stad naar het meer toe en de weg begint met een akelige afdaling (we denken
onmiddellijk aan de klim om de volgende ochtend dan mee te beginnen). Als we
aankomen bij de camping rural van miniformaat en ons houten huisje met twee
kamers van vier alberguestijl bezetten zijn we wel blij, veel ruimte op een
leeg campingterrein voor de kinderen en we hebben eigen sanitair. Enkel twee
Duitse fietsende pelgrims, een mobilhome en een geel busje delen het grote
grasveld vol fruitbomen. Een zwembad is er niet en we denken er niet aan weer
naar het stad te klimmen voor het publieke. De kinderen spelen dan maar op het
terras van het etablissement en sinds lang blijven we twee uur luieren op
terras met een fris pintje terwijl de kinderen nieuwe spelletjes uitvinden. We
gebruiken de wifi om de laatste twee haltes op zoek te gaan naar accommodatie,
we zijn immers nog maar 101km van onze eindbestemming verwijderd. We prikken
iets in Arzua halfweg en een dubbel zo dure herberg in Santiago. Maar dat is
niet verwonderlijk, de prijzen gaan daar nu eenmaal de hoogte in. Omdat er geen
winkel is noch kookgelegenheid zijn we aangewezen op het menu van het
restaurant. Dat valt goed mee, koffie en een kruidenlikeurtje inclusief en
eerlijke prijs. De patron komt elke gang vragen of alles naar wens is. We
slapen onder dekbedjes, het is er muisstil. Het stuwmeer ligt net te ver om te
gaan wandelen, de huifkartochten laten we maar zo en de quad- en buggyverhuur ook.
Met gemengde gevoelens proberen we ons op de laatste dagen te concentreren.