We zetten
ons op terras en bestellen een ontbijt, eenvoudig, we vullen het aan met
restjes uit onze etenstassen. Ik denk niet dat ze vaak ontbijt serveren hoewel
het uithangt want het tikken en maken van de rekening duurt een eeuwigheid,
veel gediscussieer tussen twee dames, correcties en overleg. Zolang het totaal
aanvaardbaar is maak ik me niet te druk. We nemen nog twee donuts mee voor
onderweg. Vandaag wordt het weer klimmen. Ik had eigenlijk liever een rustdag
gezien tussen deze twee klimmen maar nu we al zover gedaald zijn gisteren na
het Cruz de Ferro is het ook idioot om te blijven niksen. Hup dan maar en weg
zijn we. We fietsen over de brug waaronder we gisteren in de rivier zwommen en
beginnen te klimmen. Langzaam, steil, puffen, zweten…. Het lijkt alsof we het
Cruz nog meedragen. Vooral aan mijn achterste. De wissel van koersbroek en dus
ook andere naden en drukpunten doet echter wonderen. Ik kan de pijnlijke plek
net buiten mijn zadel houden, hoera. Het plezier zit ‘m in kleine dingen
vandaag. Na 8 km draai ik het blaadje in mijn boekje om, om aan traject 5 van
deel 3 te beginnen en dat is het
laatste, tot Santiago…. Het gaat fris en
vlot tot in Pereje, een klein dorpje waar de stempels nu een self service
bediening worden. Ze hangen aan een ketting in de meeste etablissementen en je
zet er zoveel je wil. De Fransman per MTB parkeert zijn fiets tegen een boom,
de tent nog even scheef onder de snelbinder. De colonnes pelgrimwandelaars
worden talrijk en gaan van sjofele voortsjokkende mensen met hoed tot jolige
zingende groepen, spaanse madammen met nordic walking moves en strakke
shortjes. We lunchen in Vega de Valcarce, een gewoon dorpje met speeltuintje en
bank, dat nog net voor het serieuze klimwerk ligt. We spelen een spelletje
parallelfietsen met de National weg en de autostrade, bruggen hoger, lager,
kruisen, we kronkelen ertussen en omheen, maar permanent opwaarts, alle drie de
routes…. Tegen dat het echt ellendig wordt heeft de hitte ons alweer ingehaald.
Ik hoop op een fris drankje voor de laatste trek van enkele kilometers
aanhoudend boven de 8-9% maar niet gerekend op zondag en siestauur, het laatste
stadje is alles potdicht en we moeten er niet eens echt door, we slaan alweer
een andere vallei in. Ik geef op, picnicpauze op mijn verzoek en nog eens goed
graaien in de tassen naar suiker, zout en alles wat een mens zoals uitzweet op
deze cols. De mannen blijven de hele dag braaf wachten op de vrouwen, alhoewel
ik hierbij niet zeg dat het voor hen ook van een leien dakje gaat. Maar ieder
zijn manier en klimwerk, ieder zijn camino. In Cebreiro zijn we bijna boven.
Zoals in een skistation zit iedereen naast zijn gerief op een groot terras
naast de weg. We stoppen ook, er staan zelfs twee schommels. Ik ben verbaasd
over de onvriendelijkheid van het personeel van het etablissement en ben blij
dat Johan zijn oog liet vallen op een herberg achter de col. Velen stoppen hier
maar wij stappen al gauw weer op voor nog wat op en neer tot aan de echte Alto
do Poio 1335m. Komende van 485m hoogte in Cacabelos is dit duidelijk de klim
waar ik een stukje van mezelf achterlaat. Hoewel ik dat voor een vol terras
niet laat merken (grijns). We suizen 4km naar beneden tot Fonfria waar ons een
paradijs wacht. Een rond houten Albergue etablissement, prachtig ingericht, een
dorpje van enkele straten, klingelende koeiebellen rond de herberg, overal
mest. We duwen onze fietsen tot aan de herberg en worden hartelijk onthaald
door de twee Galicische authentieke broers. De kamer is klasse, we zien de
wolken de bergen afrollen tot vlak naast ons, prachtige zichten. Ik draai een
was en dan gaan we om 19uur zoals bijna iedereen naar de taverne aan de
overkant van de weg waar alle pelgrims aan één tafel van 50man zitten. Er komt
hartelijke krachtsoep met spinazie, boontjes en aardappelen in, rijst met
lekker sappig vlees en een stuk Santiago taart. Er is een groep mensen van de Augustijnse
orde, Ieren, Engelsen, Nederlanders die om beurten volksliederen en meezingers
ten beste geven. Iedereen staat, iedereen proost, iedereen deelt. Adriana en
Elias rennen handenklappend rond en zijn door het dolle heen. Drie broeders van
de orde van Sint James uit Amerika doen een babbel met Adriana. Ze pelgrimeren
in lange zwarte lichte kleden met stapschoenen en rugzak. Knappe jongens,
twintigers. Dit is dé maaltijd om te herinneren, kwaliteit en sfeer…. Ik steek
mijn halfnatte was bij in de enige droogkast en pirateer op iemands centen. Ik
plooi de onbekende zijn droge was dan
ook op en babbel wat met een Nederlandse Augustijner die hetzelfde doet. Tja…. Zo
gaat dat in Albergues. Als we ons terugtrekken in onze kamer en van het
prachtige zicht op de bergen genieten hebben we toch een voldaan gevoel. Dag sal col do Poio… we hebben ‘m in
the pocket !