Blog Image

Met de kinderen op de fiets naar Compostela

27 juli – Fonfria – Albergue La Reboleira

Dagboek Posted on 07 Aug, 2014 23:48:11

We zetten
ons op terras en bestellen een ontbijt, eenvoudig, we vullen het aan met
restjes uit onze etenstassen. Ik denk niet dat ze vaak ontbijt serveren hoewel
het uithangt want het tikken en maken van de rekening duurt een eeuwigheid,
veel gediscussieer tussen twee dames, correcties en overleg. Zolang het totaal
aanvaardbaar is maak ik me niet te druk. We nemen nog twee donuts mee voor
onderweg. Vandaag wordt het weer klimmen. Ik had eigenlijk liever een rustdag
gezien tussen deze twee klimmen maar nu we al zover gedaald zijn gisteren na
het Cruz de Ferro is het ook idioot om te blijven niksen. Hup dan maar en weg
zijn we. We fietsen over de brug waaronder we gisteren in de rivier zwommen en
beginnen te klimmen. Langzaam, steil, puffen, zweten…. Het lijkt alsof we het
Cruz nog meedragen. Vooral aan mijn achterste. De wissel van koersbroek en dus
ook andere naden en drukpunten doet echter wonderen. Ik kan de pijnlijke plek
net buiten mijn zadel houden, hoera. Het plezier zit ‘m in kleine dingen
vandaag. Na 8 km draai ik het blaadje in mijn boekje om, om aan traject 5 van
deel 3 te beginnen en dat is het
laatste, tot Santiago…. Het gaat fris en
vlot tot in Pereje, een klein dorpje waar de stempels nu een self service
bediening worden. Ze hangen aan een ketting in de meeste etablissementen en je
zet er zoveel je wil. De Fransman per MTB parkeert zijn fiets tegen een boom,
de tent nog even scheef onder de snelbinder. De colonnes pelgrimwandelaars
worden talrijk en gaan van sjofele voortsjokkende mensen met hoed tot jolige
zingende groepen, spaanse madammen met nordic walking moves en strakke
shortjes. We lunchen in Vega de Valcarce, een gewoon dorpje met speeltuintje en
bank, dat nog net voor het serieuze klimwerk ligt. We spelen een spelletje
parallelfietsen met de National weg en de autostrade, bruggen hoger, lager,
kruisen, we kronkelen ertussen en omheen, maar permanent opwaarts, alle drie de
routes…. Tegen dat het echt ellendig wordt heeft de hitte ons alweer ingehaald.
Ik hoop op een fris drankje voor de laatste trek van enkele kilometers
aanhoudend boven de 8-9% maar niet gerekend op zondag en siestauur, het laatste
stadje is alles potdicht en we moeten er niet eens echt door, we slaan alweer
een andere vallei in. Ik geef op, picnicpauze op mijn verzoek en nog eens goed
graaien in de tassen naar suiker, zout en alles wat een mens zoals uitzweet op
deze cols. De mannen blijven de hele dag braaf wachten op de vrouwen, alhoewel
ik hierbij niet zeg dat het voor hen ook van een leien dakje gaat. Maar ieder
zijn manier en klimwerk, ieder zijn camino. In Cebreiro zijn we bijna boven.
Zoals in een skistation zit iedereen naast zijn gerief op een groot terras
naast de weg. We stoppen ook, er staan zelfs twee schommels. Ik ben verbaasd
over de onvriendelijkheid van het personeel van het etablissement en ben blij
dat Johan zijn oog liet vallen op een herberg achter de col. Velen stoppen hier
maar wij stappen al gauw weer op voor nog wat op en neer tot aan de echte Alto
do Poio 1335m. Komende van 485m hoogte in Cacabelos is dit duidelijk de klim
waar ik een stukje van mezelf achterlaat. Hoewel ik dat voor een vol terras
niet laat merken (grijns). We suizen 4km naar beneden tot Fonfria waar ons een
paradijs wacht. Een rond houten Albergue etablissement, prachtig ingericht, een
dorpje van enkele straten, klingelende koeiebellen rond de herberg, overal
mest. We duwen onze fietsen tot aan de herberg en worden hartelijk onthaald
door de twee Galicische authentieke broers. De kamer is klasse, we zien de
wolken de bergen afrollen tot vlak naast ons, prachtige zichten. Ik draai een
was en dan gaan we om 19uur zoals bijna iedereen naar de taverne aan de
overkant van de weg waar alle pelgrims aan één tafel van 50man zitten. Er komt
hartelijke krachtsoep met spinazie, boontjes en aardappelen in, rijst met
lekker sappig vlees en een stuk Santiago taart. Er is een groep mensen van de Augustijnse
orde, Ieren, Engelsen, Nederlanders die om beurten volksliederen en meezingers
ten beste geven. Iedereen staat, iedereen proost, iedereen deelt. Adriana en
Elias rennen handenklappend rond en zijn door het dolle heen. Drie broeders van
de orde van Sint James uit Amerika doen een babbel met Adriana. Ze pelgrimeren
in lange zwarte lichte kleden met stapschoenen en rugzak. Knappe jongens,
twintigers. Dit is dé maaltijd om te herinneren, kwaliteit en sfeer…. Ik steek
mijn halfnatte was bij in de enige droogkast en pirateer op iemands centen. Ik
plooi de onbekende zijn droge was dan
ook op en babbel wat met een Nederlandse Augustijner die hetzelfde doet. Tja…. Zo
gaat dat in Albergues. Als we ons terugtrekken in onze kamer en van het
prachtige zicht op de bergen genieten hebben we toch een voldaan gevoel. Dag sal col do Poio… we hebben ‘m in
the pocket !



26 juli – Cacabelos – Albergue La Gallege

Dagboek Posted on 07 Aug, 2014 23:39:32

Het ontbijt
in de gezellige keuken van Albergue Gabino smaakt. Frisse melk en yoghurt uit
de winkel die al om 7 uur openging. Daar wilde ik best even vroeger voor
opstaan. De mevrouw des huizes bedient me terwijl ze zelf haar tostados in haar
koffie sopt. Ze doet dit duidelijk omdat ze het graag doet; privé en werk vormen
een harmonieus geheel. De ochtend is behoorlijk fris en ik snap waarom ze hier
ook dekbedden voorzien in de albergue. Vandaag
is de lange klim van nog 14km tot boven op 1504m altitude en we beginnen de dag met 2253km op de
teller, we zijn best fier. Het gaat direct bergop aangezien we een deel van de
aanloop naar het Cruz de Ferro al gisteren deden. De belgen die we in Burgos
voor onze herberg tegenkwamen halen ons in met hun lichtbepakte fietsen en
beginnen heel enthousiast te tetteren. (Ik realiseer me als ik dit schrijf dat
ik zelden een naam van mensen vroeg, maar bij nader inzien werd de mijne ook
nooit gevraagd.) Ik heb eigenlijk geen adem teveel en wil me liever
concentreren op de weg dan boven mijn tempo de plezante liggen uit te hangen en
ik ben dan misschien ook niet de vriendelijkste pelgrim noch het beste
gezelschap. Nu ja, na een poosje zwaaien
ze ons na en laten ze ons achter. Oef. De klim gaat richting een grote antenne
en na een daling zou er dan de tweede
piek met het Cruz zijn. Plots zie ik nergens nog de antenne maar een aantal
haarspeldbochten hoger dan toch dat rooie flapperende Weehoo vlagje van ‘de
mannen’ die op ons wachten. Elias
komt de berg afgelopen op zijn frisse beentjes (meetrappen is nog steeds niet
aan hem besteed) “mammieeee’. .Adriana zet haar beide beste beentjes mee onder
het duwwerk en ook het laatste steil venijning stuk 10% halen we. Niet evident,
blij met de ochtendkoelte en bries die het zweet net opdroogt voor het in mijn
ogen brandt. Het dorpje Foncebadon dat we doorreden ligt net
onder ons, de bewuste antennemast ligt blijkbaar toch al een stuk lager dan wij
staan. Een Fransman
per MTB (met een Decathlon tent scheef onder
een elastiek gestoken) en twee Spanjaarden stoppen ook, dus moet de sanitaire stop wachten. Na
veel joviaal gebabbel en wederzijdse foto’s trekken we verder naar het Cruz de
Ferro. We drinken onze nog frisse cola en zijn weer
even opgelucht en fier. Dan blijkt het nog wel even door klimmen naar dat
ijzeren kruis. Daar vinden we veel volk. Johan duwt de fiets met Weehoo door de
berg achtergelaten en beschreven steentjes tot aan de voet van het kruis voor
een foto. We laten twee steentjes achter van ergens in Frankrijk en Adriana
steekt een naamkaartje van Anders Fietsen onder het lint om de paal. Elias
klimt enkele keren op handen en voeten op en neer de berg stenen, weer een
mijlpaal genomen die al enkele dagen in ons hoofd spookt. We hopen op de
afdaling maar neen, eerst komen we aan de tempeliers nederzetting Manjarin waar
we een stempel halen. Vier kittens, een slapende hond, veel vliegen en een
bouwvallig, maar wel enigszins charmant onderkomen. Niet om lang te
pauzeren, we kunnen zelfs de fietsen
nergens stabiel parkeren met de hellingen. Dan gaat het steil bergaf en dan
weer omhoog, dat doet ferm zeer maar de
euforie is nog aanwezig en helpt ons over de Irago pas op 1515m. En dat was
het. De afdaling is steil en we nijpen constant in beide remmen, als we even
loslaten krijgen we ongezonde snelheden. De afdaling gaat verder door El Acebo,
te steil om halt te houden, zeker niet
op de antieke keien die als plaveisel dienen. We zwaaien voorzichtig naar de
twee Vlamingen op terras die net in hun boccadillo willen bijten. Afdalen is vermoeiend
in polsen en armen vooral. Vliegen
gonzen rond kletsnatte armen en hoofd
van het zweten. Maar ik kan geen hand lossen om ze weg te jagen… We komen aan
in Molinaseca, zoals vele pelgrims die halt houden aan het natuurlijke zwembad
in de rivier, een aangelegde dam zorgt voor diepte, mooie trapjes en ingangen
via gemetselde hellingen met keien. Groen gras en schaduw, het ziet er heel verleidelijk uit. We pauzeren
voor een racion calamares en croquetas met frisse drank. Prijzen zijn hier
aangepast aan de drukte. Daar zijn de
belgen voor de derde keer. We besluiten toch maar om voorbij de volgende stad Ponferrada te gaan slapen. We
rijden deze niet bijzondere stad door op siësta uur, de straten zijn leeg en
autovrij. De ridderburcht is prachtig,
snel een foto, dan cash afhalen en wegwezen, weer bergop. Het wordt weer
ondraaglijk heet en we vinden een open supermarkt en kopen een doosje waterijsjes die we in de
schaduw van de inkom helemaal opeten. Nog even doorbijten tot Cacabelos, welke
naam Adriana lachwekkend voor een dorp vindt. We stoppen aan een eerste
herberg, privado kamer geen probleem,
wel onder het dak en heel heet…. We gaan ervoor. Blijkt dat ook deze stad een
zwembad op de rivier heeft dus wij daarheen. We zouden in een rivier zwemmen
hadden we de kinderen beloofd voor we vertrokken en ik wist niet of er nog
zulke mooie gelegenheden zouden komen. Het zwemmen was van korte duur wegens koude temperaturen en Adriana
haalde nog wat krassen op haar been wegens uitschuiven op stenen maar al bij al
lekker afgekoeld. De twee Spanjaarden zagen we plots ook in zwembroek. De menu
peregrino was niet veel soeps in onze herberg en de kamer was broeierig warm
maar de patron was heel lief om ons een reservatie te maken in Fonfria voor de
volgende dag. Daar zag Johan op internet een mooie houten herberg waar hij
graag naartoe wilde. Mij was het een beetje eender, ik maakte me eerder zorgen
dat we om daar te geraken nog eens een pas opmoesten die een klim van 800
hoogtemeters betekende, en dat terwijl
de Cruz de Ferro duidelijk nog niet verteerd was. Nu ja, de reservatie was
gemaakt dus het aankomstuur was niet meer zo belangrijk, dat was toch een (kleine) geruststelling. Vandaag
60km gedaan met col, morgen (maar) 57km volgens het boekje…