We ontbijten met tekenfilmpjes aan de grote tafel. Laatste zijn heeft zo soms zijn voordelen, dan kan je met de infrastructuur doen wat je wil! Adriana en Elias leveren met een dikke stift hun bijdrage op de muur van Albergue Jesus. De tuinslang hangt in het zwembad, bij te vullen van de bommetjes. “Dag huisje” zwaaien de kinderen zoals elke dag, soms zeggen ze wel eens dat ze er nog eens willen terugkomen maar ze kijken ook altijd uit naar wat we voor hen weer in petto hebben voor de volgende nacht. De route loopt lang naast een treinspoor, Adriana wacht vol ongeduld op een trein maar verderop staat een herstellingswagon op het spoor aan de bovenleiding te werken, de werkmannen zwaaien enthousiast vanop de wagon. Buen Camino, voor de zoveelste keer. We krijgen 4km gravelweg te doen met rode aarde en dikke ronde keien. De wandelaars pelgrim delen dezelfde weg, ontspannen fietsen is er voor mij althans even niet bij. We rijden voorbij verschillende pelgrims die ook in de herberg Jesus zaten. Het gaat vlot en we stoppen pas na 35km. Het is weer een perfecte ochtend. Astorga heeft een bergje als entree van onbekend %, zelfs duwen halen we maar net. Een terrasje en pauze hebben we verdiend. Astorga is best een mooie stad. Maar wat ons bezighoudt in ons achterhoofd is de klim naar de Cruz de Ferro waar we weldra aan toe zijn. We besloten om reeds een deel van de aanloop vandaag op het programma te zetten, tussen de maisvelden en sproeiers door. De middag is heet en windstil. Adriana slaapt dus het klimmen valt wag tegen, maar als we in El Ganso stoppen zitten we toch al op 1015m. We belanden in een lawaaierige cowboybar en hopen dat het dorp nog wat anders te bieden heeft. Johan gaat op verkenning, Adriana en Elias kikkeren. Er blijkt maar een albergue maar wat voor een ! De oudere Spanjaard met elegante strohoed en paardestaartje keert zich binnenstebuiten om ons een mooie slaaphoek te bezorgen. Zijn appartementen zitten vol maar de herberg is de gezelligheid zelve en de koelste ooit. Er liggen lakens en dekbedden allen fris gewassen. Ze hebben een winkel aan hun huis iets verder met alles wat men kan wensen voor een dag, ze overgieten onze aankopen met kleine groene pruimen uit hun tuin. Snel de keuken inpalmen. Om 16uur is Johans saus al klaar. De kinderen spelen domino en kleuren. Een koppel Franse wandelaars is zo moe dat meneer zijn tas water op de inductieplaat probeert te warmen. Ik maak hem duidelijk dat het beter zou gaan in de microgolf. Ze zijn moe en verward maar gezellig babbelen eens ze weer wat energie binnen hebben. We delen de kamer met een Hongaarse eenzame spierbal die veel slaapt en belangrijk: niet snurkt. Het zijn hier allemaal lieve mensen. We maken weer een dame blij met onze ballekesoverschot. Mensen komen hier druppelsgewijs binnen, sommigen wandelen later dan we aanvankelijk dachten. Het ziet ernaar uit dat we goed gaan kunnen rusten voor de col morgen. Niet gerekend op het dorpsfeest dat toevallig die dag valt. Maar buiten enkele ouderen die met trommel, fluit en castagnetten een optocht door de enige straat maken en het luiden van de kerkklokken midden in de nacht (traditie naar het schijnt) is het een feest op kleine schaal. De kinderen zinken weg in het dekbed en genieten duidelijk.