Ik heb last van pijnlijke maag als ik opsta en de darmen liggen in een knoop. Ik blijf me omdraaien zolang ik de helft van de bedden nog bezet zie. Maar plots zijn ze bijna allemaal leeg en haasten we ons wakker. Het ochtend ritueel wordt voorspelbaar en is de meeste ochtenden identiek. Kindjes als laatste. Als we in de eetzaal een koffie uit de automaat nemen floept het licht uit en weer aan, acht uur, uitchecken. De lieve dames komen ons vriendelijk buiten borstelen, maar laten de kindjes hun bokes opeten. We willen eerst wat trein info nemen en wachten tot de dienst voor toerisme opengaat, klokslag negen uur. Die kunnen ons niet echt helpen, ze vinden niets van nachttreinen. Dan naar het bureau voor ticketverkoop Spaanse treinen maar de madam is ongeïnteresseerd en beweert dat nacht treinen niet bestaan. Wegens het taalverschil komt dat niet geloofwaardig over maat ze heeft gelijk zou achteraf blijken. Het tempo ligt vandaag heel laag wegens darmen en maag van mezelf. We stoppen al gauw voor cola naast een klein speeltuintje in het dorp Cavia. 15km in mijn toestand mogen beloond worden. Ik zoek iemand om onze boekjes te stempelen in het gemeentehuis maar vindt alleen een norse dokteres die beweert dat we helemaal niet de route aan het volgen zijn en ze wil ons helemaal rondsturen. Als ik haar op ons boekje toon dat de weg voor fietsers anders is moet ze wel toegeven. Dokters dulden zelden tegenspraak, de conversatie eindigt snel. Wijlle weg. Al gauw even stoppen om te winkelen in de laatste supermarkt voor even. Met wat gebaren en wijzen krijgen we wat blikjes bijeen uit het zorgzaam gestapeld rek dat achter de toog pronkt en dus niet vrij toegankelijk is, die samen een voedzamere maaltijd moeten kunnen op tafel brengen dan het restaurant van gisteren. Dan nog eens pauze voor picnic aan een klein dorpsspeeltuigje naast een bron. Oma is niet verlegen haar grote onderbroeken aan de draad te hangen in de zon. Het dorpje gonst van pikdorsers en tractoren, de graanoogst is begonnen, en er staat graan tot de horizon. We klimmen verder, twee gebruinde Nederlanders halen ons in met elk een goed bepakt karretje achter zich. We krijgen veel lof maar Johan wil de meneer toch voorblijven en koerst naar boven, Adriana supportert mee als we ze de bochten zien omhooggaan. Johan wint. Wat verder een lange afdaling, het onooglijk wegje dat we inslaan naar Hontanas mondt plots uit in een verkeersvrij prachtig dorp. Bovenaan de doodlopende hoofdstraat zien we wandelende pelgrims binnenkomen. Ik ga eerst de kamer bekijken en we krijgen een van zes voor ons. De herberg is een doolhof van trappen en terrassen, helemaal tegen een berg aangebouwd, vandaar de naam El Puntido. Dit dorp blijkt ook een surrealistisch straalblauw zwembad te hebben dag we niet kunnen overslaan. Ijskoud maar prachtig. Een paradijs tusden droge graan hellingen en oude huisjes. We koken zelf in de herberg en slagen erin te skypen met oma en opa ondanks de herrie van een groep vrolijke Spanjaarden. Een klein dagje van 47km maar met slappe darmen toch goed. Dit is een dorpje waar we zo zouden komen zitten op ons pensioen, klein met alles erop en eraan, inclusief een kerk met veel kabaal…. De kinderen vinden vooral het autoloze en de spetterfontein het einde, we zien ze amper…