We hebben best wat last gehad van een hoopje zatte Spanjaarden die de nacht doorgefeest hebben en die onder ons raam blijven hangen, ook als we na het ontbijt buffet (van zes tot half acht enkel…) alles op de fietsen willen laden, Johan wordt er nerveus van hoewel ze buiten extreem luidruchtig zijn geen kwade bedoelingen hebben. De Japanner staat ook buiten alles gade te slaan en bezorgt wat afleiding. En dan zijn we weer weg, een klim het dal uit die heel lang maar zacht is en haarspeld per haarspeldbocht klimmen we de natuur in, het ruikt naar nat graan. Op elk streepje bebouwbaar land staat er. We horen en zien vogels en vlinders en iets waarvan Johan denkt dat het een soort bergmarmotje is ofzo, ze roepen elkaar van her naar der maar we zien niet vanwaar het komt. De hele klim en afdaling zien we niet een auto. Boven op de col 990m staat de teller op 1900km en is het ijskoud. We spotten drie reetjes die achter elkaar door het graan huppen in de verte het lijkt inderdaad een van de mooiste caminotrajecten te worden vandaag, zo beloofde ook ons boekje.. In Villanasur – Rio de Oca is een cafeetje dat open is op zondag ochtend. We zijn er de enige gasten en de toog dame is van stevige armen en handen voorzien. We willen opwarmen deze keer. De tv staat op, tekenfilm Diego, de kinderen doen de moddersandalen uit en kruipen gezellig op hun stoel met chocomelk. Als we willen vertrekken vallen er enkele dikke druppels maar ze stoppen even snel. We kunnen best langer blijven zitten maar de kilometers roepen. De zon is er weer. We klimmen de hele voormiddag op en neer rond de 900 hoogtemeters en de wind is ijskoud. Maar de landschappen zijn geweldig mooi. Op een col staat boven plots een speeltuin en sporthal voor pelote. Net als we een picnic plaats zoeken. Uit de wind en in de zon als in een bergstation genieten we van onze picnic die we daags tevoren kochten. Na zes weken weten we dat we zondag niet zonder eten moeten vallen! Dan staan we enkele heuvels later weer op de N120 en de verleiding is groot. Burgos lijkt nog geen 20km weg… en bergaf… We zoeven naar de grote stad en vergeten onze voornemens grote steden te mijden. Als we binnenrijden lijkt er brand te zijn op de baan maar als we naderen blijkt een fabriekje te zijn die co normen ten spijt ook op zondag dikke wolken witblauwe rook de lucht injaagt. Kronospan staat erop, het ruikt wel aangenaam naar verbrand hout, toch beter de adem wat inhouden. Het is even zoeken naar de route want we hebben er weer enkele km afgenepen door de N120 te nemen. We rijden de oude stad van Burgos binnen en worden er even stil van, wat een pracht aan gebouwen, terrasjes, smaakvol ingerichte pleinen en promenades… Door een steegje zie ik plots de kathedraal. Indrukwekkend. We vinden de toeristische dienst, krijgen de gevraagde accomodatie info en eindigen even later in de albergue municipal op het zesde verdiep na twee verschillende liften. Bednummers in de 640. Het is er modern en rustig, 5 euro per bed. De fietsen staat in de hal, de spaanse hospitaleras zijn gecharmeerd door de kindjes. We zien Marco terug van in Saint Jean maar hij ons niet. Voor de ingang treffen we een koppel belgische fietsers die vanuit Vezelay tot Santiago rijden. In Burgos nemen ze een rustdag. Een franse fietser vanuit Los Arcos zegt ook weer dag. Het is leuk geregeld dezelfde gezichten terug te zien. Onze Japanner die we wat later op het plein voor de kathedraal zien heeft gesjoemeld, hij nam de bus 60km stappen op een dag is wat veel. Hij geeft wel toe…. Maar er zitten wel foefelaars tussen… We bezoeken de kathedraal met audiosysteem, de kindjes krijgen ook een telefoon en doen dapper mee. Voor mij is deze overdosis kerkgeschiedenis niet zo plezant als de ogen de kost geven. De architectuur van deze mastodont is onwerkelijk. We eten de slechtste maaltijd sinds lang op restaurant en slenteren terug naar de albergue. We sluiten onze beddebox met handdoeken en laten de kinderen een overdosis Dora kijken. De slaapzaal heeft geen verduistering. Ik leg me erbij en samen vallen we in slaap. Dan kruip ik weer in mijn bovenbed. Naast mij hoor ik gerochel en gesnurk, ik steek mijn neus in mijn slaapzak en val in slaap. We liggen met 30 in de zaal, ook deze is vol. Maar ik ben doodmoe en slaap door alles door.