Blog Image

Met de kinderen op de fiets naar Compostela

30 juli – aankomst Santiago de Compostela – Albergue the Last Stamp

Dagboek Posted on 08 Aug, 2014 22:13:14

We beginnen te denken aan restjes opeten dus het ontbijt is ‘pak
waar je zin in hebt’ na het openleggen op tafel van resten platgedrukt
chocoladebrood, een zak cornflakes, koekjes, een yoghurt die warm koud warm
overleefde en een tas Nescafe. Het is maar een kleine 50km tot bestemming meer,
moeten we er nu extra van genieten of doorkoersen ? Het landschap is niet het
mooiste dat we al zagen, na enkele kilometers bergop stoppen we even in Touro
voor een ochtendstempel en drankje. Een oma in Duits en Spaans door mekaar
brabbelt er op los en werkt ons wat op de zenuwen. Plots komt iemand vragen of
we willen poseren voor het gemeentehuis met onze fietsen. Blijkbaar zou de stad
Touro graag officieel erkend worden als pelgrimshalte maar enkel de fietsgidsen
van Sweerman leiden pelgrims per fiets naar deze stad. Na een fotosessie samen
met een eenzame Nederlandse fietser met dezelfde gids krijgen we alle vier een
Tshirt van de gemeente. Elias wil zijn kleedje direct aan (small was de kleinste).
De Duits Spaans ratelende oma vindt ons weer. Zucht, wegwezen. Het wordt warm
en de laatste klimmen behoorlijk lastig. De laatste picnic van de route is in
een bushok van een klein dorpje. Johan heeft het gehad met het klimmen in de warmte en mijn benen
zijn op. Mijn achterste doet zeer en knie kraakt nog een beetje. Maar schouders
en nek waren nog nooit zo ontspannen, lekker. Misschien toch de Kaap Fisterra
maar per bus doen ? We discussiëren al enkele dagen over de invulling van onze
laatste dagen tot de vlucht 5/8. Ons puik plan van een huurwagen te nemen voor
de laatste dagen werd abrupt de kop ingedrukt toen we beiden zagen dat we geen
rijbewijs bijhadden en dat het zich net in die doos bevond bij mijn broer die
zelf op vakantie was. We zien wel. Eerst de plichtnummers afwerken in Santiago
en dan beslissen. Vlak voor Santiago komen we nog twee belgen tegen per fiets
die vanuit Irun via de noordroute en doorsteek naar Santiago fietsten. Ook
lichtbepakt. De midlife koppels wiens kinderen blij zijn alleen thuis te
blijven doen dit enkel met een tas reservekleren en nemen hotels all te way.
Goed gezien maar ja wij wilden onze kinderen net meenemen ipv thuislaten…. Aan
het verkeersbord ‘Santiago’ ben ik toch wat emotioneel. We stoppen uiteraard. Het
is echt geen mooi plekje maar wel bijzonder. We hebben het gehaald, zonder
tegenspoed of ongevallen, niemand ziek, geen zonneslag, we zijn allemaal blij.
De eenzame Nederlander van in Touro haalt ons in en we maken de foto’s. Het is
nog vroeg, we nemen onze tijd om de grote stad binnen te rijden. Niet
bijzonder. Naar het oude stadsdeel is het een laatste steile klim waarbij ik
net dacht af te stappen als Adriana achter me riep ‘Komaan mama de meisjes gaan
het ook halen !’ en zo gezegd zo gedaan, we rijden de stad binnen tot aan de
kathedraal. De MTB met Decathlontent van de Fransman hangt scheef tegen een
paal met de helm eraan (en zo stond hij tot laat diezelfde avond daar, de
Fransman zelf hebben we niet meer gezien). We zien twee belgen die we onderweg
tegenkwamen en nog enkele bekende gezichten in de straten. De jonge Spanjaarden
van in de laatste herberg zwaaien ons dag, fris gewassen aan een ijsje lekkend.
Wij stinken nog behoorlijk. We komen toevallig voorbij het bureau voor
Peregrinos waar ze het stempelboekje kunnen wisselen voor een certificaat.
Alex, een Nederlandse fietser die we in Los Arcos zagen (das dus al behoorlijk
lang geleden !) vertelt ons dat de file heel kort is, we duwen de fietsen op de
binnenkoer en ik schuif aan. Johan en de kinderen nemen frisse drank uit de
automaat en we socialiseren wat met de aanschuivende pelgrims van allerlei
soort. Alex geeft ons nog een hoop advies. Er is weinig tijd voor emoties, voor
het laten bezinken van onze bijna twee maanden durende reis. Practicalia nemen
over. Ruud en Simone brengen ijswater en nodigen ons uit in de “huiskamer der
Lage Landen” in hetzelfde gebouw eerste verdiep. Alle Lage Landenaars mogen
daar even neerploffen voor een tas koffie en een koekje en hun verhaal doen. We
blijven er zo lang zitten tot de kinderen niets meer in de koekentrommel vinden
en we beseffen dat we ze van eten moeten voorzien. Op het pelgrimscertificaat
staan de kinderen bij ons, ze waren te jong voor een eigen certificaat. De
dames wisten niet wat ze met hen moesten doen, alhoewel ik Elias op de toog
geparkeerd had. Zijn blonde pagekoppeke had menigeen verteerd maar neen, na wat
overleg kregen ze geen eigen certificaat. Simone vertelde ons ook dat er in het
klooster van San Francisus elke avond een pelgrimsbijeenkomst was om 19uur,
korte dienst en dat ze ook, zoals elke honderdjarige verjaardag van hun
bestaan, nu, uitzonderlijk in 2014, ook certificaten uitreikten om 18u45. De
twee belgen die we eerder zagen lopen ook binnen in de ‘Huiskamer’. Eric en
Inge, ze hebben ook een blog. Met lome benen maar warm hart maken we ons los
van dit ontspannende Lage Landen huis en zoeken we onze herberg op. The Last
Stamp. Mooie kamer, helemaal wit, designdingen en op het hoogste verdiep, dus
een pracht van een zicht door het Velux raam. Johan koopt een propere Tshirt
voor 4 euro uit de soldenrayon en geniet ervan. We douchen ons en trekken naar het Franciscanenklooster
voor de mooie meertalige bijeenkomst voor pelgrims, in een lokaal achterin het
klooster. Muziek CD met veel natuurgeluiden, afwisselend met mooie woorden in
vele talen door een broeder in bruin gewaad die er perfect ontspannen en in
harmonie uitzag. Iedereen kreeg een steentje met een gele pijl. ‘Dit is je
leven, geef het zelf orientatie’ was de boodschap. Alle pelgrims omarmen en wensen
elkaar veel vrede. Hier kregen de kinderen ook een uniek certificaat. Daarna
zochten we iets eetbaars in een duurder restaurant. Voor emoties was nog steeds
weinig tijd, kinderen houden je namelijk bezig zolang je wakker bent. En
aangezien we al twee maand samen slapen en zo goed als samen opstaan zijn zelfs
enkele minuten voor jezelf uniek. Toch beseffen ze ook dat we toch wel een
prestatie neergezet hebben. De teller op de GPS wijst 2542km aan, met twee
fietsen, twee Weehoo I-Go aanhangfietsen, twaalf fietstassen, twee kinderen en
twee stuurtassen. We blijken zelfs vergeten een foto te nemen met onze
uitrusting voor de kathedraal. Op terugweg naar onze herberg zien we Alex op een
terras. Hij trakteert ons een drankje (‘profiteer
ervan nu je een gulle Nederlander tegenkomt’ was de boodschap ‘want zo zijn er
niet veel’). Bedankt Alex en de Nederlandse gemeenschap voor het vele advies, de
verwelkoming en het gevoel een beetje thuis te komen in Santiago. We hebben
sinds heel lang nog eens een dubbel bed in de kamer. Morgen zien we wel hoe we
rest aanpakken…..

Morgen niet fietsen. Dat is zeker…. En uitslapen !



29 juli – Arzua – Albergue da Fonte

Dagboek Posted on 08 Aug, 2014 22:00:00

We nemen dan
ook het ontbijt in hetzelfde restaurant. En dan zetten we ons aan de ellendige
klim te voet naar de hoofdweg. Eindelijk, wegwezen, het is er behoorlijk druk
met pelgrims van allerlei soort. We kopen nog wat grote chocoladebroodjes bij de bakker en gaan op weg naar Arzua.
Eerst volgen een aaneenschakeling van kleine dorpjes, we zitten weer tussen colonnes
voetgangers te slalommen, de taxis en Jacotrans busjes met de rugzakken vliegen
ons om de oren en werken ons op de zenuwen. Het lijkt weer een roetsjbaan op en
af dorp in dorp uit. Tot Brea. Daar zijn we genoodzaakt de nationale N547 te
nemen, het wandelpad is voor onze configuratie echt niet geschikt. We picniccen
op het terras van een zaak met veel vliegen voor we aan de drukke baan
beginnen. We hebben gelukkig een windje in de rug en de 18km drukke baan gaan
vlot en veilig, gezellig is het wel niet. In Melide zijn we even verdeeld, of
we volgen de route en maken een omweg via kleine wegen, of we bijten door op de
N547. Ik opteer voor het eerste en Johan volgt gelukkig mijn preek over ‘veiligheid
en kindjes’. We sakkeren wel even op het heuvelachtig landschap maar men kan
niet alles hebben. Op de kaart staan vanalle meren in de nabijheid maar we zien
er geeneen. We zien ook geen wandelaars meer die we achterlieten op een pad
naast de N547. En als er geen pelgrimsroute loopt door een dorp zijn er ook
geen voorzieningen. Het duurt tot Arzua voor we weer op de echte Camino zitten
en ons pelgrim voelen. De herberg is OK, ik breek mijn zonnebril bij het stoten
van mijn hoofd als ik de was op de schuivende draden onder de vensterbank wil
hangen. Gelukkig blijft de plastiek erin zitten en is de breuk niet in mijn
zicht. Tijd dat we Santiago halen ! We maken nog eens gebruik van de keuken
voor een biefstukje pepersaus, dat smaakt. Ik kan me niet herinneren dat we in
Spanje al een supermarkt met verse beenhouwer in zagen. De kinderen vinden een
TV met kinderfilmpjes in de hal en enkele gezelschapsspelletjes in de kast. De
twee (duidelijk kindloze) jonge MTB Spanjaarden die met ons de kamer delen zijn uiterst vriendelijk maar enorm
luidruchtig, we moeten ze even aan hun verstand brengen dat onze driejarige
niet zal slapen zolang de neonlamp aanblijft en dat telefoneren in de kamer
daar ook niet toe bijdraagt. Om 22uur duikt een andere groep Spaans geweld dan
in de keuken net onder ons, we zijn blij als dat alles weg is als wij ’s morgens uit ons bed kruipen
voor de laatste rit….



28 juli – Portomarin – Camping Albergue bij het meer

Dagboek Posted on 08 Aug, 2014 21:53:13

Als we ‘s
morgens opstaan en door het raam kijken zien we alleen grijze mist. Door het
kipraam voelen we dat het ook ijskoud is (we zijn dat inmiddels niet meer
gewend). Dat is eens iets anders. We pakken in en nemen een ontbijt in de gezellige
bar van de albergue. Sommigen zijn al weg, andere wandelaars nemen ook hun
tijd. Onze fietsen sliepen in de stal bij het stro. Johan gaat ze halen. Het is
gezellig vertoeven en naar buiten kijken, soms zien we een stukje berg soms
niet. De wolken spelen en draaien rond. We trekken alles aan wat we bijhebben,
onze trui met lange mouwen en windstop
bodywarmer en ook onze fluovestjes, de kinderen krijgen hun regenjasjes
over hun truien en ook fluovest. De lichten van de fietsen gaan aan en we
beginnen aan 14km afdaling. We rijden rustig en proberen aankomende auto’s op het
gehoor te detecteren met wisselend succes. Het is barkoud, onze handen zijn
verkleumd, de kinderen mopperen niet maar zijn stil. We horen alleen onze
banden. Zo gaat het een behoorlijk aantal km bergaf en dan zijn we plots de
wolken uit en zien we het berglandschap met haarspeldbochten onder ons liggen,
bezaaid met zonnige vlekken. Waw, we staan direct stil om even te genieten en
een foto te nemen. Tot Triacastela daalt het en dan bergop. Met ijskoude benen,
nog geen meter getrapt en met twee dagen cols in de knieen, geen wonder dat
mijn linker knieschijf wat kraakt in de bergop. Welkom Galicië; mooie taal, ook
in enkele van de liederen gisteren. Onze ochtendstempel halen we in het
Klooster van Samos, erg mooi, met winkel en geleide bezoeken waarvoor we
passen. De kinderen draven de trappen op en af aan de majestueuze ingang. Het
was nog eens een echt paterke en de kinderen mochten de stempels zetten tot
groot jolijt. De grotere stad Sarria is niet bijzonder, we kopen eens churros
bij de bakker, een pizzabaguette met tonijn voor de papa. Net voor we de stad
buitenrijden zien we enkele vervallen bankjes op een vuil weggetje. Net goed
genoeg voor picnic. Het is uitkijken voor hondedrollen als we het picnicdeken
opengooien. We zijn er snel weer weg. Het gaat weer op en af tot Portomarin,
een stad aan een prachtig stuwmeer. We genieten van het zicht als we de lange
bruggen overrijden. De stad ligt in de hoogte, in het klimmen zien we een
publiek openluchtzwembad maar eerst slaapplaats zoeken. De eerste Albergue is
volzet, ze bellen naar een andere, negatief en op mijn vraag bellen ze ook naar
de camping, daar is nog plaats. De camping ligt echter nog twee kilometer van
de stad naar het meer toe en de weg begint met een akelige afdaling (we denken
onmiddellijk aan de klim om de volgende ochtend dan mee te beginnen). Als we
aankomen bij de camping rural van miniformaat en ons houten huisje met twee
kamers van vier alberguestijl bezetten zijn we wel blij, veel ruimte op een
leeg campingterrein voor de kinderen en we hebben eigen sanitair. Enkel twee
Duitse fietsende pelgrims, een mobilhome en een geel busje delen het grote
grasveld vol fruitbomen. Een zwembad is er niet en we denken er niet aan weer
naar het stad te klimmen voor het publieke. De kinderen spelen dan maar op het
terras van het etablissement en sinds lang blijven we twee uur luieren op
terras met een fris pintje terwijl de kinderen nieuwe spelletjes uitvinden. We
gebruiken de wifi om de laatste twee haltes op zoek te gaan naar accommodatie,
we zijn immers nog maar 101km van onze eindbestemming verwijderd. We prikken
iets in Arzua halfweg en een dubbel zo dure herberg in Santiago. Maar dat is
niet verwonderlijk, de prijzen gaan daar nu eenmaal de hoogte in. Omdat er geen
winkel is noch kookgelegenheid zijn we aangewezen op het menu van het
restaurant. Dat valt goed mee, koffie en een kruidenlikeurtje inclusief en
eerlijke prijs. De patron komt elke gang vragen of alles naar wens is. We
slapen onder dekbedjes, het is er muisstil. Het stuwmeer ligt net te ver om te
gaan wandelen, de huifkartochten laten we maar zo en de quad- en buggyverhuur ook.
Met gemengde gevoelens proberen we ons op de laatste dagen te concentreren.



27 juli – Fonfria – Albergue La Reboleira

Dagboek Posted on 07 Aug, 2014 23:48:11

We zetten
ons op terras en bestellen een ontbijt, eenvoudig, we vullen het aan met
restjes uit onze etenstassen. Ik denk niet dat ze vaak ontbijt serveren hoewel
het uithangt want het tikken en maken van de rekening duurt een eeuwigheid,
veel gediscussieer tussen twee dames, correcties en overleg. Zolang het totaal
aanvaardbaar is maak ik me niet te druk. We nemen nog twee donuts mee voor
onderweg. Vandaag wordt het weer klimmen. Ik had eigenlijk liever een rustdag
gezien tussen deze twee klimmen maar nu we al zover gedaald zijn gisteren na
het Cruz de Ferro is het ook idioot om te blijven niksen. Hup dan maar en weg
zijn we. We fietsen over de brug waaronder we gisteren in de rivier zwommen en
beginnen te klimmen. Langzaam, steil, puffen, zweten…. Het lijkt alsof we het
Cruz nog meedragen. Vooral aan mijn achterste. De wissel van koersbroek en dus
ook andere naden en drukpunten doet echter wonderen. Ik kan de pijnlijke plek
net buiten mijn zadel houden, hoera. Het plezier zit ‘m in kleine dingen
vandaag. Na 8 km draai ik het blaadje in mijn boekje om, om aan traject 5 van
deel 3 te beginnen en dat is het
laatste, tot Santiago…. Het gaat fris en
vlot tot in Pereje, een klein dorpje waar de stempels nu een self service
bediening worden. Ze hangen aan een ketting in de meeste etablissementen en je
zet er zoveel je wil. De Fransman per MTB parkeert zijn fiets tegen een boom,
de tent nog even scheef onder de snelbinder. De colonnes pelgrimwandelaars
worden talrijk en gaan van sjofele voortsjokkende mensen met hoed tot jolige
zingende groepen, spaanse madammen met nordic walking moves en strakke
shortjes. We lunchen in Vega de Valcarce, een gewoon dorpje met speeltuintje en
bank, dat nog net voor het serieuze klimwerk ligt. We spelen een spelletje
parallelfietsen met de National weg en de autostrade, bruggen hoger, lager,
kruisen, we kronkelen ertussen en omheen, maar permanent opwaarts, alle drie de
routes…. Tegen dat het echt ellendig wordt heeft de hitte ons alweer ingehaald.
Ik hoop op een fris drankje voor de laatste trek van enkele kilometers
aanhoudend boven de 8-9% maar niet gerekend op zondag en siestauur, het laatste
stadje is alles potdicht en we moeten er niet eens echt door, we slaan alweer
een andere vallei in. Ik geef op, picnicpauze op mijn verzoek en nog eens goed
graaien in de tassen naar suiker, zout en alles wat een mens zoals uitzweet op
deze cols. De mannen blijven de hele dag braaf wachten op de vrouwen, alhoewel
ik hierbij niet zeg dat het voor hen ook van een leien dakje gaat. Maar ieder
zijn manier en klimwerk, ieder zijn camino. In Cebreiro zijn we bijna boven.
Zoals in een skistation zit iedereen naast zijn gerief op een groot terras
naast de weg. We stoppen ook, er staan zelfs twee schommels. Ik ben verbaasd
over de onvriendelijkheid van het personeel van het etablissement en ben blij
dat Johan zijn oog liet vallen op een herberg achter de col. Velen stoppen hier
maar wij stappen al gauw weer op voor nog wat op en neer tot aan de echte Alto
do Poio 1335m. Komende van 485m hoogte in Cacabelos is dit duidelijk de klim
waar ik een stukje van mezelf achterlaat. Hoewel ik dat voor een vol terras
niet laat merken (grijns). We suizen 4km naar beneden tot Fonfria waar ons een
paradijs wacht. Een rond houten Albergue etablissement, prachtig ingericht, een
dorpje van enkele straten, klingelende koeiebellen rond de herberg, overal
mest. We duwen onze fietsen tot aan de herberg en worden hartelijk onthaald
door de twee Galicische authentieke broers. De kamer is klasse, we zien de
wolken de bergen afrollen tot vlak naast ons, prachtige zichten. Ik draai een
was en dan gaan we om 19uur zoals bijna iedereen naar de taverne aan de
overkant van de weg waar alle pelgrims aan één tafel van 50man zitten. Er komt
hartelijke krachtsoep met spinazie, boontjes en aardappelen in, rijst met
lekker sappig vlees en een stuk Santiago taart. Er is een groep mensen van de Augustijnse
orde, Ieren, Engelsen, Nederlanders die om beurten volksliederen en meezingers
ten beste geven. Iedereen staat, iedereen proost, iedereen deelt. Adriana en
Elias rennen handenklappend rond en zijn door het dolle heen. Drie broeders van
de orde van Sint James uit Amerika doen een babbel met Adriana. Ze pelgrimeren
in lange zwarte lichte kleden met stapschoenen en rugzak. Knappe jongens,
twintigers. Dit is dé maaltijd om te herinneren, kwaliteit en sfeer…. Ik steek
mijn halfnatte was bij in de enige droogkast en pirateer op iemands centen. Ik
plooi de onbekende zijn droge was dan
ook op en babbel wat met een Nederlandse Augustijner die hetzelfde doet. Tja…. Zo
gaat dat in Albergues. Als we ons terugtrekken in onze kamer en van het
prachtige zicht op de bergen genieten hebben we toch een voldaan gevoel. Dag sal col do Poio… we hebben ‘m in
the pocket !



26 juli – Cacabelos – Albergue La Gallege

Dagboek Posted on 07 Aug, 2014 23:39:32

Het ontbijt
in de gezellige keuken van Albergue Gabino smaakt. Frisse melk en yoghurt uit
de winkel die al om 7 uur openging. Daar wilde ik best even vroeger voor
opstaan. De mevrouw des huizes bedient me terwijl ze zelf haar tostados in haar
koffie sopt. Ze doet dit duidelijk omdat ze het graag doet; privé en werk vormen
een harmonieus geheel. De ochtend is behoorlijk fris en ik snap waarom ze hier
ook dekbedden voorzien in de albergue. Vandaag
is de lange klim van nog 14km tot boven op 1504m altitude en we beginnen de dag met 2253km op de
teller, we zijn best fier. Het gaat direct bergop aangezien we een deel van de
aanloop naar het Cruz de Ferro al gisteren deden. De belgen die we in Burgos
voor onze herberg tegenkwamen halen ons in met hun lichtbepakte fietsen en
beginnen heel enthousiast te tetteren. (Ik realiseer me als ik dit schrijf dat
ik zelden een naam van mensen vroeg, maar bij nader inzien werd de mijne ook
nooit gevraagd.) Ik heb eigenlijk geen adem teveel en wil me liever
concentreren op de weg dan boven mijn tempo de plezante liggen uit te hangen en
ik ben dan misschien ook niet de vriendelijkste pelgrim noch het beste
gezelschap. Nu ja, na een poosje zwaaien
ze ons na en laten ze ons achter. Oef. De klim gaat richting een grote antenne
en na een daling zou er dan de tweede
piek met het Cruz zijn. Plots zie ik nergens nog de antenne maar een aantal
haarspeldbochten hoger dan toch dat rooie flapperende Weehoo vlagje van ‘de
mannen’ die op ons wachten. Elias
komt de berg afgelopen op zijn frisse beentjes (meetrappen is nog steeds niet
aan hem besteed) “mammieeee’. .Adriana zet haar beide beste beentjes mee onder
het duwwerk en ook het laatste steil venijning stuk 10% halen we. Niet evident,
blij met de ochtendkoelte en bries die het zweet net opdroogt voor het in mijn
ogen brandt. Het dorpje Foncebadon dat we doorreden ligt net
onder ons, de bewuste antennemast ligt blijkbaar toch al een stuk lager dan wij
staan. Een Fransman
per MTB (met een Decathlon tent scheef onder
een elastiek gestoken) en twee Spanjaarden stoppen ook, dus moet de sanitaire stop wachten. Na
veel joviaal gebabbel en wederzijdse foto’s trekken we verder naar het Cruz de
Ferro. We drinken onze nog frisse cola en zijn weer
even opgelucht en fier. Dan blijkt het nog wel even door klimmen naar dat
ijzeren kruis. Daar vinden we veel volk. Johan duwt de fiets met Weehoo door de
berg achtergelaten en beschreven steentjes tot aan de voet van het kruis voor
een foto. We laten twee steentjes achter van ergens in Frankrijk en Adriana
steekt een naamkaartje van Anders Fietsen onder het lint om de paal. Elias
klimt enkele keren op handen en voeten op en neer de berg stenen, weer een
mijlpaal genomen die al enkele dagen in ons hoofd spookt. We hopen op de
afdaling maar neen, eerst komen we aan de tempeliers nederzetting Manjarin waar
we een stempel halen. Vier kittens, een slapende hond, veel vliegen en een
bouwvallig, maar wel enigszins charmant onderkomen. Niet om lang te
pauzeren, we kunnen zelfs de fietsen
nergens stabiel parkeren met de hellingen. Dan gaat het steil bergaf en dan
weer omhoog, dat doet ferm zeer maar de
euforie is nog aanwezig en helpt ons over de Irago pas op 1515m. En dat was
het. De afdaling is steil en we nijpen constant in beide remmen, als we even
loslaten krijgen we ongezonde snelheden. De afdaling gaat verder door El Acebo,
te steil om halt te houden, zeker niet
op de antieke keien die als plaveisel dienen. We zwaaien voorzichtig naar de
twee Vlamingen op terras die net in hun boccadillo willen bijten. Afdalen is vermoeiend
in polsen en armen vooral. Vliegen
gonzen rond kletsnatte armen en hoofd
van het zweten. Maar ik kan geen hand lossen om ze weg te jagen… We komen aan
in Molinaseca, zoals vele pelgrims die halt houden aan het natuurlijke zwembad
in de rivier, een aangelegde dam zorgt voor diepte, mooie trapjes en ingangen
via gemetselde hellingen met keien. Groen gras en schaduw, het ziet er heel verleidelijk uit. We pauzeren
voor een racion calamares en croquetas met frisse drank. Prijzen zijn hier
aangepast aan de drukte. Daar zijn de
belgen voor de derde keer. We besluiten toch maar om voorbij de volgende stad Ponferrada te gaan slapen. We
rijden deze niet bijzondere stad door op siësta uur, de straten zijn leeg en
autovrij. De ridderburcht is prachtig,
snel een foto, dan cash afhalen en wegwezen, weer bergop. Het wordt weer
ondraaglijk heet en we vinden een open supermarkt en kopen een doosje waterijsjes die we in de
schaduw van de inkom helemaal opeten. Nog even doorbijten tot Cacabelos, welke
naam Adriana lachwekkend voor een dorp vindt. We stoppen aan een eerste
herberg, privado kamer geen probleem,
wel onder het dak en heel heet…. We gaan ervoor. Blijkt dat ook deze stad een
zwembad op de rivier heeft dus wij daarheen. We zouden in een rivier zwemmen
hadden we de kinderen beloofd voor we vertrokken en ik wist niet of er nog
zulke mooie gelegenheden zouden komen. Het zwemmen was van korte duur wegens koude temperaturen en Adriana
haalde nog wat krassen op haar been wegens uitschuiven op stenen maar al bij al
lekker afgekoeld. De twee Spanjaarden zagen we plots ook in zwembroek. De menu
peregrino was niet veel soeps in onze herberg en de kamer was broeierig warm
maar de patron was heel lief om ons een reservatie te maken in Fonfria voor de
volgende dag. Daar zag Johan op internet een mooie houten herberg waar hij
graag naartoe wilde. Mij was het een beetje eender, ik maakte me eerder zorgen
dat we om daar te geraken nog eens een pas opmoesten die een klim van 800
hoogtemeters betekende, en dat terwijl
de Cruz de Ferro duidelijk nog niet verteerd was. Nu ja, de reservatie was
gemaakt dus het aankomstuur was niet meer zo belangrijk, dat was toch een (kleine) geruststelling. Vandaag
60km gedaan met col, morgen (maar) 57km volgens het boekje…



25 juli – El Gonsa – Albergue Gabino

Dagboek Posted on 29 Jul, 2014 10:53:12

We ontbijten met tekenfilmpjes aan de grote tafel. Laatste zijn heeft zo soms zijn voordelen, dan kan je met de infrastructuur doen wat je wil! Adriana en Elias leveren met een dikke stift hun bijdrage op de muur van Albergue Jesus. De tuinslang hangt in het zwembad, bij te vullen van de bommetjes. “Dag huisje” zwaaien de kinderen zoals elke dag, soms zeggen ze wel eens dat ze er nog eens willen terugkomen maar ze kijken ook altijd uit naar wat we voor hen weer in petto hebben voor de volgende nacht. De route loopt lang naast een treinspoor, Adriana wacht vol ongeduld op een trein maar verderop staat een herstellingswagon op het spoor aan de bovenleiding te werken, de werkmannen zwaaien enthousiast vanop de wagon. Buen Camino, voor de zoveelste keer. We krijgen 4km gravelweg te doen met rode aarde en dikke ronde keien. De wandelaars pelgrim delen dezelfde weg, ontspannen fietsen is er voor mij althans even niet bij. We rijden voorbij verschillende pelgrims die ook in de herberg Jesus zaten. Het gaat vlot en we stoppen pas na 35km. Het is weer een perfecte ochtend. Astorga heeft een bergje als entree van onbekend %, zelfs duwen halen we maar net. Een terrasje en pauze hebben we verdiend. Astorga is best een mooie stad. Maar wat ons bezighoudt in ons achterhoofd is de klim naar de Cruz de Ferro waar we weldra aan toe zijn. We besloten om reeds een deel van de aanloop vandaag op het programma te zetten, tussen de maisvelden en sproeiers door. De middag is heet en windstil. Adriana slaapt dus het klimmen valt wag tegen, maar als we in El Ganso stoppen zitten we toch al op 1015m. We belanden in een lawaaierige cowboybar en hopen dat het dorp nog wat anders te bieden heeft. Johan gaat op verkenning, Adriana en Elias kikkeren. Er blijkt maar een albergue maar wat voor een ! De oudere Spanjaard met elegante strohoed en paardestaartje keert zich binnenstebuiten om ons een mooie slaaphoek te bezorgen. Zijn appartementen zitten vol maar de herberg is de gezelligheid zelve en de koelste ooit. Er liggen lakens en dekbedden allen fris gewassen. Ze hebben een winkel aan hun huis iets verder met alles wat men kan wensen voor een dag, ze overgieten onze aankopen met kleine groene pruimen uit hun tuin. Snel de keuken inpalmen. Om 16uur is Johans saus al klaar. De kinderen spelen domino en kleuren. Een koppel Franse wandelaars is zo moe dat meneer zijn tas water op de inductieplaat probeert te warmen. Ik maak hem duidelijk dat het beter zou gaan in de microgolf. Ze zijn moe en verward maar gezellig babbelen eens ze weer wat energie binnen hebben. We delen de kamer met een Hongaarse eenzame spierbal die veel slaapt en belangrijk: niet snurkt. Het zijn hier allemaal lieve mensen. We maken weer een dame blij met onze ballekesoverschot. Mensen komen hier druppelsgewijs binnen, sommigen wandelen later dan we aanvankelijk dachten. Het ziet ernaar uit dat we goed gaan kunnen rusten voor de col morgen. Niet gerekend op het dorpsfeest dat toevallig die dag valt. Maar buiten enkele ouderen die met trommel, fluit en castagnetten een optocht door de enige straat maken en het luiden van de kerkklokken midden in de nacht (traditie naar het schijnt) is het een feest op kleine schaal. De kinderen zinken weg in het dekbed en genieten duidelijk.



24 juli – Villar de Manzarife – Albergue Jesus

Dagboek Posted on 29 Jul, 2014 10:51:54

We nemen een ontbijt in de herberg en knijpen onze ogen dicht voor de lekkere hespen. Werkmannen van allerlei soort komen een koffie drinken in de bar van het etablissement, luid gebabbel, de tv toont het nieuws en beelden van een ontspoorde trein, herdenking van de ramp van vorig jaar. Adriana praat er nog lang over na, ik moet veel uitleggen en ze is bang als we later naast de spoorlijn rijden, dan komen die beelden vanzelf terug… Als we vertrekken komen de Alsembergers ook buiten, ze moeten nog gaan ontbijten, langslapers ! De tocht vandaag begint langs moerassig gebied links en rechts van de baan, weeral iets om Adriana uit te leggen en voor gerust te stellen. Een aaneenschakeling van dorpjes leidt ons naar Leon, vlotjes. In een van deze stoppen we voor een drankje in een bar met de naam “Elias”. Als we vers brood ruiken gaan we in de Panaderia brood kopen en mega flappen met kaas en hesp. De bakker in levende lijve met bebloemde handen pakt ze liefdevol in, allen in een apart zakje. Charmant. De winkel heeft enkel een deur, geen vitrine, zoals de meeste bakkers en beenhouwers in kleine dorpjes. Als we Leon binnenrijden doen we dat via de oevers van de rivier, daar volgen vele fitnessen en speeltuinen elkaar op, we beloven de kinderen daar te komen picniccen. Maar eerst het verplichte toertje bezienswaardigheden. Mooie stad maar niet zo indrukwekkend als Burgos vinden we. Als we stapvoets door de winkelstraten rijden oogsten we zoals steeds veel bekijks en complimenten. De kathedraal staat er verlaten bij, geen pelgrim of toerist te zien, buiten twee belgen die een klapke doen. Binnengaan of niet ? Met kinderen en het gezin reizen is steeds het middelpunt van interesses zoeken. We halen wel stempels en zetten ons dan op een bank voor de kathedraal op het verkeersvrije plein. Ik zoek een bancontact, we kopen frisse drank en enkele snoepjes en houden het voor bekeken, rechtsomkeert naar het park met bankjes in de schaduw en speeltuigjes. De kaas en hesp flappen worden bovengehaald, Johan steekt er nog een Big Mac na van de Mac Donald, die had hij echt gemist tot dusver. Stralende zon en fietsweer, ik zie thermometers met 23, 25, 29 graden naarmate we het centrum van Leon naderen. Gelukkig zie ik er ook een in de schaduw met 22. Leon buitenrijden gaat goed maar de warmte haalt ons weer in en de laatste kilometer naar Villar de Mazarife is loodzwaar, ik heb weer de indruk in een plas lijm te rijden. We stoppen voor de eerste herberg maar als we willen afstappen maken twee dames ons erop attent dat er nog een hogerop is met zwembad, dus daarheen. We wanen ons in de seventies, alle muren betekend en beschreven met spreuken in alle talen, alle bezoekers dragen hun steentje bij. In de tuin staat een blauw geschilderde bak in betonsteen van 1.2m hoog vol water, geen chloor en pompen, puur natuur. Het is vol tot aan de rand. Als de kinderen bommetje doen gutst het over de rand, als Johan erin duikt worden twee pelgrims in roze bikini bijna mee nat. Grappig. We hebben een kamer voor vier. Op het grote terras ligt het vol matrassen voor laatkomers. De bar ligt weerom centraal, er is een keuken. De supermarkt opent om vijf, allen daarheen, plots staan we weer te vechten in de keuken voor een plaatsje. Het vergt wat geduld, veel volk, in de keuken, in de rij. De kinderen worden even aan hun lot overgelaten en met vereende krachten vullen we vier borden en dragen ze naar het tuin terras. Het smaakt. De wind steekt op en plots denken we even dat het gaat regenen. Er vliegt een bloes van een onbekende van de wasdraad op Johans hoofd. Als ik naar boven ga zie ik een Duitse haar matras ontsmetten met een spuitbus, dan legt ze er zo een wegwerp overtrek op. Zo is het nog lang naar Santiago hoor…De lakens in blauwe glansstof met bloemen ruiken bij ons best fris. We beloven de kinderen dat ze morgen ook op de muur mogen tekenen voor we weggaan. Gelukkig wordt het vrij snel stil. Deze herberg heeft geen uren van komen en gaan. Ik heb nog een late nacht omdat ik na het piek wifi moment onze retour tickets met Vueling boek op de archaïsche computers die gratis ter gebruik staan. 5 augustus, snif….



23 juli – Mansilla de la Mulas – Albergue El Jardin del Camino

Dagboek Posted on 29 Jul, 2014 10:50:31

We hebben nog wel wat in onze tassen zitten voor een ontbijtje dus we zetten ons aan de zonnekant voor de Albergue voor het terras. Zonder die zon is het bitter koud. Dit hebben we nog niet meegemaakt, om 5u40 was iedereen al weg op ons en twee langslapers na. Een daarvan lag gisteren ook al in bed van in de namiddag, misschien ziek ? Mijn darmen zijn ook nog niet de oude. De uittocht maakte ons wel wakker maar eens zo plezant je dan nog eens om te draaien voor een uurtje. We vliegen de eerste 22km in amper een uur tot Sahagun. Elias mag nog eens bij mij aanhangen want er staat vandaag een vrij vlak traject op het programma. Op een terras in Sahagun trekt een Spaanse oma bij het zien van de kindjes spontaan haar handtas open om een zakje snoepjes boven te halen waar de kinderen uit mogen kiezen. De kokkette dame overdondert ze met lieve woordjes maar ik snap er niet veel van. In de supermarkt krijgen ze een chupa chup. Geen wonder dat Spaanse kindjes ons aan de ronde kant lijken. Vanaf Sahagun loopt de rest van de dag via een rustige platte asfalt baan met vlak ernaast het wandelpad, naast hetwelk boompjes aangeplant werden voor schaduw maar die reikt niet tot op de asfalt natuurlijk. Het bolt vlot maar het is heet. Voor de middagpauze zien we een hutje met houten puntdak. Als we naderbij komen geeft een vrijwilligster dame van de Fraternidad de la Esperanza ons fris water en brood. Op een tafeldoekje staat een mandje met handgemaake kadootjes voor ons allen, een pin met een hart en twee handen, zoals die Ikea kussens. Er staat een blikken doosje voor een vrijblijvende bijdrage. We eten onze picnic, de kinderen staan aan de omheining gekluisterd naar de pikdorser te kijken die zijn lading in een oplegger komt leegmaken. Dan komt er nog eens een ander vehikel om de pikdorser van brandstof te voorzien. Elias is sprakeloos, zo dichtbij! We spreken met enkele wandelaars. Een oude Spaanse meneer wacht met een zelf ingericht busje op zijn vrouw, zij stapt, hij bereidt voor, kookt, eet en ondersteunt haar. Zelf zie ik hem geen Camino meer lopen. Hij haalt enkele kersen uit zijn busje. Lekker! Ons voornemen om tot Leon te fietsen blijkt toch wat voorbarig, we mikken dan maar op Mansilla de la Mulas. De laatste tien km krijgen we gezelschap van twee Alsembergse belgen die licht bepakt meerijden. Ze drijven ons tempo wat op, vrouwen babbelen, mannen ook maar dan een beetje voorop. Ze drijven ons tempo wat op, al babbelend hebben we er geen erg in, maar in het volgende dorp zien we plots de mannen niet meer. De GPS van mevrouw in combinatie met mijn boekje brengen ons toch snel weer samen. Enkele mannen op een terras verwezen ons ook door naar wat ze vermoedden de rest van het gezelschap was. Zodra we het dorp binnenrijden zien we een Albergue, we rijden een toertje om te zien of er nog een is maar we keren al snel terug. Ernaast is een hotel maar enkel een triple room en te duur. De Alsembergers namen daar een kamer en gingen Leon nog snel met de bus bezoeken. Maar als de kinderen zich uitleven op en onder de trampoline in de bloedhete tuin van de herberg en we een koel drankje hebben doen we het kalmaan. Het is best een rustige herberg, modern met een bar restaurant met zelfgerookte hespen. Het zijn bijna uitsluitend fietsers en de meeste toeristen, zonder veel bagage, met pintjes, gesnurk en lang slapen inclusief. Wat een verschil met de professional pelgrims van gisteren. Deze doen het echt wel op hun gemak. Johan kan zijn eerste aankomst van de tour de france zien op de tv op terras. We staan als eerste klaar voor de keuken van het restaurant die pas om 19uur opengaat maar het is het wachten waard. Elias en Adriana worden echte liefhebbers van Spaanse charcuterie. We bekijken de vluchten van Vueling dankzij de straffe wifi voor de terugreis en proberen wat te berekenen wanneer we vermoedelijk in Santiago zullen zijn. Het voelt nog steeds raar aan de retour te denken. Morgen willen we snel naar en door Leon rijden, een stad die je naar het schijnt als pelgrim niet mag missen. We bestuderen de sms van Celia nog eens die het hel vondt om de stad in te geraken, neen volgens onze boekjes zou het een fluitje van een cent worden, raar, wat kunnen gidsen toch verschillen ? Ik geef nog een lap op het bijwerken van de blog en mail een hele brok naar Els. Dan kruip ik voor de zoveelste keer in het bovenbed van onze box van bunk beds, Johan en de kinderen slapen, veel gesnurk en enkele stevige koppels proppen zich zelfs in een bed, hopelijk gedragen die zich want ik ben nog niet klaar om dat uit te leggen aan een zesjarige. Het is al moeilijk genoeg de aandacht af te leiden van de kinderen van koeien, honden of paarden die hun kansje wagen bij een soortgenoot. Ja leuke herberg, de mega ventilator aan het plafond doet zijn werk, Johan kermt van de warmte, maar misschien waren het de patatas bravas, overgoten met een sausje waar de spicy ketchup van Jamaica niet aan kon tipppen…. Toch weer 59km op de teller bijgeschreven.



Next »